Toeschrijven-algemeen

Versie: 30 januari 2026

De narratieve cyclus bestaat uit vier samenhangende aspecten nl. a) aangeboren eigenschappen waardoor mensen ontvankelijk zijn voor het narratieve en o.a. iemands zelfbeeld wordt gevormd, b) de wijze waarop iemand verhalend met de wereld omgaat (zijn presentatie en verhalenrepertoire), c) de verhalen die in zijn leefwereld de ronde doen en d) de verhalen die vanuit de sociale leefwereld bewust en onbewust iemands wereldbeeld beïnvloeden door de betekenissen die er aan worden toegeschreven.

Het presenteren en het toeschrijven zijn zgn. performatieve taalhandelingen ( Butler1) d.w.z. handelingen die een betekenis in de vorm van een mededeling weergeven. Taal als handeling beoogt een bepaald effect te bewerkstelligen. Taal bepaalt mede hierdoor onze sociale leefwereld.

O.a. Foucault heeft erop gewezen dat betekenissen mede afhankelijk zijn van de sociaal-politieke macht. Woorden en narratieven hangen ook samen met de (machts)structuren in de maatschappij. Ze zijn niet vrijblijvend. Zo ontstaan o.a. ook identiteiten (Heinich2). Zo kunnen ze o.a. bepalen wie bij een gemeenschap horen en wie worden uitgesloten.

Taaluitingen vinden altijd plaats binnen een bepaalde maatschappelijke context. In een diverse wereld kunnen de betekenissen met elkaar in strijd zijn. Ze zijn voortdurend in beweging en veranderen ook weer in de loop van de tijd.

Foucault onderscheidt vier fasen die het zelfbeeld en het wereldbeeld in de geschiedenis van de mensheid sinds de Middeleeuwen hebben bepaald, nl. a) de goddelijke werkelijkheid van de Middeleeuwen, b) de Renaissance, waarin de mens zich emancipeert, maar nog wel deel der dingen is, c) de representatie waarin de kennis vergaard wordt door het menselijk denkvermogen, d) de postmoderne tijd waarin de mens enerzijds het centrum vormt van al het werkelijke, maar ook zijn eindigheid en beperktheid ziet.

Mensen willen graag macht over de waarheid, maar Foucault vraagt zich af of dit wel mogelijk is. We gebruiken woorden, taal om de werkelijkheid te beschrijven, maar zelfs de wetenschap is gebaseerd op paradigma’s. Elk wetenschappelijk feit veronderstelt ook een niet feitelijke context. Het is een fictie dat woorden samenvallen met dingen. We komen niet verder dan interpretatie. In feite valt de mens dus samen met zijn narratief en hiermee moeten we het doen.

1 Kielgang Elena. Performativiteit: hoe en waarom taal ons kan “verwonden”. De macht en potentie van belichaamde taal in het politieke veld. Bespreking filosofie van Judith Butler. Bachelor thesis Erasmus Universiteit Rotterdam 2016

2 Heinich Nathalie – Interview met Peter Giesen. Volkskrant 7 dec. 2019; Interview met Sterre Houte de Lange. Sociale Vraagstukken 3 januari 2020; Paul Verhaege: boekenblog 11 over Heinich- Wat onze identiteit niet is. 14 maart 2020; Nacht van de sociologie. Interview – Jan Willem Duyvendak