Versie: 08 december 2025
Elk mens is erg ontvankelijk voor verhalen. Al op heel jonge leeftijd zien we dit bij kinderen. De gevoeligheid voor verhalen hoort bij de mens. We worden ermee geboren en is onderdeel van onze genetische aanleg.
Een mens komt ter wereld met aangeboren eigenschappen of disposities, die al of niet worden ontwikkeld1. We komen ter wereld met meer of minder intelligentie, lichamelijke kenmerken, taalvermogen, muzikaliteit, temperament enz. Deze min of meer stabiele kenmerken horen bij iemand, waarbij het echter altijd de vraag is of talenten ook worden ontwikkeld. De omstandigheden waarin iemand opgroeit zijn hiervoor medebepalend.
Een van de aangeboren eigenschappen van de mens is zijn narratieve dispositie. De mens is door zijn taligheid een geboren verhalenverteller. Philipp Blom noemt de mens “een verhalend diersoort”. Hij luistert, praat, vertelt, beeldt uit en is kortom een verhalend wezen. Mensen zijn gek op verhalen en het is een aangeboren eigenschap om verhalen in diverse vormen door te kunnen geven. Geert Mak spreekt terecht van “een verhaal als een fantastisch geschenk.
Bruner(1990) schreef in zijn boek Acts of Meaning dat de mens meer is dan een informatie verwerkende machine, omdat ze in staat is tot betekenisverlening. Ook Polkinghorne(1988) wees op deze basale eigenschap. In de taalontwikkeling zien we het vermogen om verhalen te vertellen, te herkennen en om de wereld op een narratieve wijze te begrijpen. Hij spreekt van een narratieve grondstructuur d.w.z. we interpreteren gebeurtenissen vanuit een verhaalstructuur. Zo geven we vorm en inhoud aan onze identiteit en aan onze leefwereld. Bij kinderen is dit dus al vroeg aanwezig en het komt voor in alle culturen en landen 2.
Verhalen dienen verschillende functies. Verhalen zeggen iets over onze verhouding tot de werkelijkheid, aldus Geert Mak3. Ze leggen o.a. verbindingen tussen heden, verleden en toekomst van een individu (Bruner, Ricoeur). De verhalen zorgen voor samenhang.
Een verhaal geeft nooit de werkelijkheid zelf weer. Het is altijd een afspiegeling van de ervaren werkelijkheid. We ervaren de wereld en interpreteren onze ervaring. Deze interpretatie geeft inhoud aan onze verhalen. In verhalen worden verbindingen tussen gebeurtenissen gelegd waardoor er een samenhangend verhaal ontstaat dat we begrijpen. Anders blijven het willekeurige fragmenten en zou de wereld zinloos en chaotisch zijn4. Daar kunnen we niet mee omgaan. We willen betekenis, zin geven. Verhalen helpen ons de wereld om ons heen te ordenen.
Philipp Blom5,6 stelt dat verhalen ons helpen om de weg te vinden in ons leven en in onze omgeving. We leven in een dicht weefsel van verhalen. Ze vertellen ons wie we zijn. Ze verbinden ons met anderen en plaatsen ons in de tijd. Hierdoor gaan we ergens bij horen, worden geaccepteerd en krijgen erkenning binnen onze sociale leefwereld.
We gaan geloven in onze persoonlijke en in collectieve verhalen die worden verteld. Toine Donk noemt als één van de kernelementen van een verhaal de resonantie7. Resonantie treedt op wanneer mensen hun kennis en levenservaring betekenis kunnen geven. Betekenis wordt ontleend aan verhalen die rondgaan in een samenleving. Collectieve verhalen ontstaan doordat we hetzelfde meegemaakt hebben of door culturele, religieuze, historische, politieke, economische invloeden enz. In elke samenleving ontstaan deze verhalen. Hoe diverser een samenleving is, hoe meer ze verschillen. Hoe eenduidiger een maatschappij is, hoe collectiever verhalen worden. Ze vormen echter altijd een referentiekader voor onze persoonlijke verhalen.
Blom stelt dat we moeten leren om ook afstand te nemen van je eigen verhaal . Controle over je verhaal is, voor hem, een voorwaarde voor vrijheid We moeten leren de verhalen om ons heen als zodanig te herkennen in plaats van ze als de ware werkelijkheid te beschouwen. Door verhalen te begrijpen voorkomen we dat we erin vervallen. Alleen dan kunnen we beslissen welke verhalen we onszelf willen vertellen.
Kierkegaard en Lukacs hebben aangegeven dat we vooruit leven, maar achteruit denken, want we kennen alleen maar het verleden. We zijn voortdurend bezig om onze beelden en zienswijzen bij te stellen. Verhalen worden aangepast aan onze “nieuwe” werkelijkheid. Juist door de herhaalde interpretatie blijven we in beweging. Donk spreekt van onze buigzame werkelijkheid. Dit is een nooit eindigend proces, omdat elk tijdperk en situatie nieuwe en andere vragen stelt8. Zo had de religie in de Middeleeuwen een volstrekt andere betekenis dan in de huidige tijd. Dat geldt ook voor vele andere begrippen.
Elk mens maakt onderscheid tussen zichzelf en een ander. Ondanks alle verschillen tussen mensen hebben we er geen moeite mee om iemand als persoon te herkennen. Deze persoonlijke identiteit van mensen (het zelf) komt naar voren in zijn doen en laten en in zijn handelingen (Jos de Mul).
Anneke Sools9 geeft aan dat onze narratieve competentie, waarin de narratieve dispositie tot uiting komt, zich niet alleen beperkt tot een talige manier van praten over onszelf en de wereld, maar ook een bijdrage levert om onze identiteit te vormen.
De narratieve dispositie en competentie om verhalen te vertellen en te begrijpen, die van jongs af aan wordt ontwikkeld, geeft mede een antwoord op fundamentele vragen als “wie ben ik, wie was ik en wie wil ik zijn”. Al verhalend geven we betekenis aan onszelf en ons eigen leven.
Op deze wijze heeft de mens het vermogen om vorm en richting te geven aan het eigen leven. Dit wordt ook wel “actorschap” genoemd (Anneke Sools). Een “actor” volgt niet klakkeloos verhalen die meer of minder dominant zijn in zijn sociale omgeving maar interpreteert deze, past ze op subtiele wijze aan, onderhandelt, pleegt verzet en maakt er selectief gebruik van (Misher). Zo creëert een persoon bewegingsruimten ten opzichte van verhalen die door anderen worden verteld. Er wordt een persoonlijke draai aangegeven.
1Mul de Jos, Het verhalende zelf. Over persoonlijke en narratieve identiteit. In: M. Verkerk(red), Filosofie, ethiek en praktijk. Liber amicorum voor Koo van der Wal, Filosofische Studiën, 2000
2 Bohlmeijer E.T.- Eudaimonia. Voer voor psychologen. Pleidooi voor een heroriëntatie van de geestelijke gezondheidszorg. Oratie 12 januari 2012 van Universiteit van Twente
3 Mak Geert, Verhalen en de werkelijkheid. Co-referaat Van der Leeuw lezing, 1998
4 Donk Toine- Hoe verhalen onze werkelijkheid buigzaam maken. Essay De Volkskrant (30-12-2024)
5 Blom Philipp- Vrijheid komt pas als je controle hebt. Interview met Fokke Obbema – Volkskrant 5 oktober 2020
6 Blom Philipp- Verhalen waarin wij geloven. Vander Leeuwlezing 2012
7 Donk Toine- Hoe verhalen onze werkelijkheid buigzaam maken. Essay De Volkskrant (30-12-2024)
8 Toine Donk gebruikt de metafoor van de legostenen voor verhalen, waarmee we steeds nieuwe constructies bouwen.
9 Sools Anneke, De ontwikkeling van narratieve competentie. Bijdrage aan een onderzoeksmethodologie voor de bestudering van gezond leven. Proefschrift 2010. Universiteit voor Humanistiek, Utrecht