Identiteit-algemeen

Versie: 10 december 2025

De mens heeft een aangeboren talent voor verhalen. O.a. Anneke Sools wijst erop dat onze narratieve competentie een bijdrage levert aan het vormen en het ontwikkelen van onze identiteit. De verhalen geven betekenis aan wie we zijn of willen zijn. Jos de Mul geeft dat dat onze persoonlijke identiteit ons herkenbaar maakt te midden van vele anderen. In onze gedragingen, handelingen en ook in onze verhalen komt deze naar voren.

Nathalie Heinich1 gaat nader in op het begrip identiteit. Ze verwerpt opvattingen die van mening zijn dat het begrip identiteit de essentie van iemand weergeeft. Hoewel ze niet ontkend dat er sprake is van een herkenbare persoonlijke identiteit wordt dit door haar niet geïnterpreteerd als een vaste eigenschap. Het hangt van de context af welke betekenis we aan het begrip geven. Een mens beschikt over meerdere identiteiten, zoals etniciteit, geslacht, religie, seksualiteit, beroep of vrijetijdsbesteding. Identiteiten zijn historische of sociale constructies binnen een culturele context. Maxim Februari2 stelt ook dat de mens niet gereduceerd moet worden tot één narratief. De innerlijke rijkdom van de mens is veel te groot om het begrip deterministisch (als kind krijg je een code mee voor je hele leven) modelmatig of eendimensionaal te interpreteren. Je kleedt dan de werkelijkheid uit. Een generieke benadering, zoals de overheid deze vaak hanteert, houdt geen rekening met de verschillen tussen mensen. De werkelijkheid wordt er een stuk overzichtelijker door, maar zegt weinig tot niets over iemands identiteit.

Bij het narratief onderzoek is het van belang om na te gaan welk narratief gebruikt wordt om de menselijke identiteit te omschrijven. Dat maakt vaak duidelijk welk mensbeeld aan zienswijzen ten grondslag liggen.

Rutger Bregman3 noemt als voorbeeld van een dergelijke eendimensionale benadering de zgn. “vernistheorie”. Deze gaat ervan uit dat de mens in feite een “beest” is met een dun laagje beschaving. Hier is veel handelen en beleid op gebaseerd. Selectieve narratieven worden bewijs aangevoerd. Als voorbeeld noemt Bregman de bestseller “Lord of the flies”. Ook realityshows zijn vaak op de “vernistheorie” gebaseerd. Mensen doen zich beter voor dan ze zijn, maar dat is maar schijn. Dat de werkelijkheid vaak veel gecompliceerder in elkaar zit, doet er niet toe. Het narratief is duidelijk en voor iedereen te begrijpen.

In onze leefwereld komen we deze vaststaande narratieven en mensbeelden voortdurend tegen. Alle complotten, vooroordelen, identiteitsdiscussies maken zich er schuldig aan. Met name autocratische regiems herschrijven graag hun historische narratieven in hun voordeel. Zo wordt het begrip nationale identiteit vaak beperkt tot een oorspronkelijk of het maatgevend narratief. In onze leefwereld hebben dergelijke identiteitsdiscussies een behoorlijke invloed.

Er bestaat echter geen sluitend narratief voor onze identiteit. Dergelijke zaken maken mensen ondergeschikt, aldus Februari. Mensen moeten zelf naar betekenis zoeken in het grotere geheel. Dat houdt meer in dan intellectueel bezig zijn, want zo sterk is ons intellect niet in ons dagelijks leven. Er zijn vele andere krachten die ons doen en laten bepalen. Identiteit komt tot uiting in concrete zaken als voorwerpen, symbolen, menselijke gedragingen, emoties, taalgebruik en verhalen.

Heinich4 definieert het begrip ook ruimer. Identiteit bestaat, voor haar, uit hoe jij jezelf ziet en je presentatie naar de buitenwereld. De presentatie is misschien wel het belangrijkste onderdeel van onze identiteit, omdat het de brug vormt tussen iemands zelfbeeld en sociale omgeving. Vervolgens is van belang hoe anderen je zien en of dat al of niet aansluit bij je eigen perspectief. Hier is nog een vierde element aan toe te voegen nl. de narratieve leefwereld als een dicht weefsel van meer of minder dominante verhalen. Een mens leeft altijd in een sociale leefwereld. Deze onderdelen zijn in voortdurende interactie met elkaar. Er ontstaat, volgens haar, een identiteitscrisis als je jezelf anders ziet dan anderen jou zien. Dus het verschil tussen zelfbeeld en de toeschrijving door anderen. Om dit op te lossen moet je je presentatie veranderen of anderen moeten je anders gaan zien.

Mijn cyclisch interactiemodel is op de theorie van Heinich gebaseerd. Bij het narratief onderzoek gaat het om a) de persoonlijke verhalen, b) hoe deze verhalen worden verteld, c) binnen welke sociale context en d) hoe de sociale leefwereld iemands zelfbeeld beïnvloed.

1 Heinich Nathalie. Wat onze identiteit niet is, 2019. Bespreking Tessa van Rijssel- in I Filosofie#52, 2020

2 Februari Maxim-Intellect is allerminst zaligmakend. Interview Volkskrant met Fokke Obbema op 12 juli 2020

3 Bregman Rutger- De meeste mensen deugen. Een nieuwe geschiedenis van de mens. De Correspondent 2019

4 Heinich Nathalie – Interview met Peter Giesen. Volkskrant 7 dec. 2019; Interview met Sterre Houte de Lange. Sociale Vraagstukken 3 januari 2020Paul Verhaege: boekenblog 11 over Heinich- Wat onze identiteit niet is. 14 maart 2020; Nacht van de sociologie. Interview – Jan Willem Duyvendak